Een uitgebreide uitleg over de Geloofsgetuigenissen

Ik begin met de naam van Allah. Degene Die veel genade geeft in ons dagelijks leven aan de gelovigen en de ongelovigen. Degene Die veel genade geeft in het Hiernamaals alleen aan de gelovigen.

Wij danken Allah, de Heer en Schepper der werelden en aarden, en prijzen Hem voor al Zijn weldaden die Hij ons heeft gegeven.

Wij vragen Allah om de eer en de status van onze Profeet Moehammed te verhogen. En de status van zijn El-Èl (familie) en de Metgezellen te verhogen. En zijn volk te beschermen tegen datgene waarvoor hij vreesde.

O Allah, geef ons de kennis die voor ons gunstig is, begunstig ons met de kennis die U ons heeft gegeven en vergroot onze kennis.

Allah zei in de Koran in Soerat El-Maa-ie-dah (سورة المائدة) Ayah 2:

﴿وَتَعَاوَنُوا عَلَى الْبِرِّ وَالتَّقْوَى وَلَا تَعَاوَنُوا عَلَى الْإِثْمِ وَالْعُدْوَانِ﴾

Wat betekent: [Jullie gelovigen moeten elkaar helpen om de verplichtingen te verrichten en de zonden te vermijden. En de verplichtingen te bevelen en het ongeoorloofde te verbieden. En jullie moeten elkaar niet helpen om zonden te begaan en het ongeoorloofde te doen. En ook niet om onrechtvaardigheid en agressie bij mensen te plegen].

Het is een verplichting voor alle verantwoordelijke personen om in de Islam te treden en er constant in te blijven. Het is ook een verplichting om zich aan de wetten van de Islam te houden. Een verplichting voor alle verantwoordelijke personen wil zeggen dat het een persoonlijke verplichting is voor ieder persoon. Een verantwoordelijk persoon is degene die baligh (بالغ) is, verstandelijk gezond is en de Boodschap van de Islam heeft gekregen. De Boodschap van de Islam is: Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah en ik getuig dat Moehammed zijn Boodschapper is.

Baligh (بالغ) is de leeftijd waarop een jongen zijn eerste zaadlozing heeft of wanneer hij vijftien maanjaren oud wordt. Voor een meisje is dit vanaf haar eerste menstruatie of zaadlozing of als zij vijftien maanjaren oud wordt.

Verstandelijk gezond betekent dat iemand niet verstandelijk gehandicapt is.

De verantwoordelijke persoon die geen Moslim is, is verplicht om onmiddellijk Moslim te worden. Het is ook verplicht om standvastig in de Islam te blijven. Diegene moet de intentie hebben om nooit de Islam te verlaten en ook niet te twijfelen of hij de Islam verlaat of niet. Degene die de intentie doet om in de toekomst de Islam te verlaten of te onderbreken, is gelijk geen Moslim meer.

De verantwoordelijke Moslim is ook verplicht om zich aan alle regels van de Islam te houden. Dat houdt in; alle verplichtingen vervullen en de zonden vermijden.

Het is belangrijk om te weten dat als een kind overlijdt voordat hij baligh wordt, hij niet verantwoordelijk gesteld wordt in het Hiernamaals.

Hetzelfde geldt voor degene die voordat hij baligh werd, verstandelijk gehandicapt is geworden. En hij bleef verstandelijk gehandicapt tot nadat hij baligh werd. Dan wordt hij ook niet verantwoordelijk gesteld in het Hiernamaals.

Hetzelfde geldt voor degene die baligh is geworden, maar de Boodschap van de Islam of de betekenis daarvan niet heeft gehoord. De Boodschap van de Islam betekent; het basisgeloof van de Islam, de twee Geloofsgetuigenissen. De twee Geloofsgetuigenissen zijn: Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah en ik getuig dat Moehammed zijn Boodschapper is. Als iemand baligh is geworden, maar de Boodschap van de Islam niet heeft gehoord, wordt hij ook niet verantwoordelijk gesteld in het Hiernamaals.

Als een persoon die geen Moslim is de twee Geloofsgetuigenissen tijdens de oproep voor het Gebed (El-Èdhaan الأذان) hoort, en hij kent de Arabische taal, is baligh geworden en is niet verstandelijk gehandicapt, dan is hij verantwoordelijk. Als diegene overlijdt zonder Moslim te worden, wordt hij verantwoordelijk gesteld in het Hiernamaals. Hij verdient dan de eeuwige bestraffing in de Hel , als hij geen Moslim is geworden.

Eén van de verplichtingen voor de mensen is het kennen en geloven in alle opzichten en het onmiddellijk uitspreken van de twee Geloofsgetuigenissen. Dit geldt voor de ongelovige persoon, en voor de Moslims is het een verplichting om de twee Geloofsgetuigenissen in het Gebed uit te spreken. Alle verantwoordelijke mensen die wel of geen Moslims zijn, die zijn verplicht om de twee Geloofsgetuigenissen te kennen en erin te geloven.

Als een verantwoordelijk persoon die niet-moslim is de twee Geloofsgetuigenissen hoort, is hij verplicht om er onmiddellijk in te geloven en het uit te spreken.

Als iemand Moslim wil worden, is hij verplicht om onmiddellijk in de twee Geloofsgetuigenissen te geloven en deze uit te spreken. Diegene moet erin geloven en zeggen: Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah en ik getuig dat Moehammed zijn Boodschapper is.

Een verantwoordelijke Moslim is ook verplicht om de twee Geloofsgetuigenissen tijdens het Gebed uit te spreken.

Omdat de twee Geloofsgetuigenissen de basis van de Islam zijn, is het een verplichting om de betekenis ervan te kennen. Naar aanleiding hiervan volgt nu de uitleg over de betekenis van de twee Geloofsgetuigenissen.

Wij beginnen met de uitleg over de betekenis van de eerste Geloofsgetuigenis; Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah.

De betekenis van ‘Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah’, is:

Ik weet, ik geloof en ik verklaar dat niemand anders de aanbidding (absolute nederigheid) verdient dan Allah.

  • Ik weet en ik geloof in mijn hart dat Allah de Enige is Die de aanbidding verdient.
  • Ik verklaar met mijn mond dat Allah de Enige is Die de aanbidding verdient. Dat wil zeggen dat Allah de Enige is Die de absolute nederigheid verdient en niemand anders dan Hij.

De betekenis van (El-^ibadah العبادة) het aanbidden in de Arabische taal is het uiterste van onderdanigheid en onderworpenheid, zoals de taalkundige Imam As-Subkiej (السبكي) gezegd heeft. Hieruit weet men dat het aanbidden niet betekent om gewoon gehoorzaam aan iemand te zijn of om gewoon een mens te roepen of om hulp te vragen. Het betekent ook niet angst hebben of om hulp smeken van anderen, zoals sommige mensen denken.

Allah is El-Wahid (الْوَاحِد) de Enige God, Hij die geen partner heeft in de Goddelijkheid.

Allah is El-A-had (الأَحَد) de Ondeelbare, omdat Hij geen lichaam heeft. Een lichaam is deelbaar. Er zijn concrete en abstracte vormen. Voorbeelden van concrete vormen zijn de mens, de boom en de steen. Abstracte vormen zijn bijvoorbeeld het licht, de duisternis en de wind. Allah heeft geen lichaam, geen beeld en geen concrete of abstracte vorm.

Allah is El-Auwwal (الأَوَّل), Degene Die geen begin heeft. Dus Zijn Bestaan heeft geen begin. El-Qa-diem (الْقَدِيْم) heeft ook dezelfde betekenis als Degene Die geen begin heeft.

Allah is El-Heij (الْحَيُّ), de Levende. De eigenschap ‘Het Leven’ is aan Allah toegeschreven. Het Leven van Allah is Eeuwig en Oneindig, dus Allah heeft geen begin en geen einde. Zijn Leven is zonder ziel, zonder vlees, zonder bloed, zonder zenuwen en zonder hersenen. Zijn Leven lijkt niet op ons leven. Het Leven is een Eigenschap die aan Allah wordt toegeschreven. Deze Eigenschap is Eeuwig, Oneindig en niet te vergelijken met het leven van de schepsels.

Allah is El-Qaj-joem (الْقَيُّوم), Degene Die niets en niemand nodig heeft. Allah heeft niets en niemand nodig. Iemand of iets nodig hebben, is een eigenschap van de schepsels. Allah lijkt niet op de schepsels.

Allah is Ed-Daa-im (الدَّائِم), de Onsterfelijke en de Oneindige. Het sterven of een einde hebben is onmogelijk om aan Allah toe te schrijven. Volgens de logica is het onmogelijk dat Allah een einde heeft. Allah is de Oneindige.

Allah is El-Galiq (الْخَالِقُ), de Schepper en Hij heeft alles geschapen. Allah is Degene die alle objecten in feite uit het niet-bestaan naar het bestaan heeft gebracht.

Allah is Er-Raziq (الرَّازِق). Dat betekent dat Allah Degene is Die de gunstige dingen geeft die de mensen verkrijgen. Zoals wat we verdienen en waarvan we kunnen leven.

Allah is El-^Alim (الْعَالِم), de Alwetende. Het weten is een Eigenschap die aan Allah wordt toegeschreven. De Kennis van Allah is Eeuwig en Oneindig, dus het heeft geen begin en geen einde. De Kennis van Allah verandert niet en het wordt niet meer of minder. De Kennis van Allah wordt niet vernieuwd en het lijkt niet op de kennis van de mensen. Allah lijkt niet op de menselijke wetenschappers, want Zijn Kennis is Eeuwig en Oneindig en de kennis van de mensen is geschapen.

Allah is El-Qadier (الْقَدِير), de Almachtige. Allah heeft de volledige Macht over alles en iedereen. De Macht is een Eigenschap van Allah die geen begin heeft en Oneindig is. Zijn Macht heeft invloed op alles wat wel en over wat niet kan bestaan. Allah heeft de Macht over alles. Allah heeft de Macht over alles wat volgens de logica ooit kan bestaan of niet bestaan. Allah heeft de Macht om objecten van het niet bestaan naar het bestaan te brengen en andersom. Allah heeft de Macht op en over alles.

Allah is Degene Die alles doet zoals Hij het wil. Dat wil zeggen dat Hij alles doet zoals Hij het voorbestemd heeft, zoals Hij het gewild heeft. Allah doet alles wat Hij wil zonder moeite, en niemand kan dat tegenhouden. Wat Allah heeft gewild zal gebeuren. Dat wil zeggen dat wat Allah gewild heeft, zal zeker gebeuren en ontstaan. En wat Allah niet heeft gewild, zal niet gebeuren. Dat wil zeggen dat wat Allah niet heeft gewild, zal zeker niet gebeuren of ontstaan. De Wil van Allah verandert niet. Als iemand iets heeft gewild en het verandert of het gebeurt niet, dan is dat een bewijs dat diegene geschapen is. Het geschapen zijn, is onmogelijk om aan Allah toe te schrijven.

Zonder de bescherming van Allah is niemand behoed voor zonden en zonder Zijn hulp heeft niemand de kracht om Hem te gehoorzamen. Dat wil zeggen dat Allah Degene is Die ons beschermt tegen het begaan van zonden. En Allah is Degene Die ons de kracht geeft om gehoorzaam aan Hem te zijn.

Allah is Degene Die de algehele perfectie als eigenschap heeft, die Hem waardig is. Allah heeft de algehele perfecte eigenschappen, zoals de Kennis, de Macht en de Wil.

Allah is Degene bij wie imperfectie onmogelijk is. Het is onmogelijk om imperfecte eigenschappen aan Allah toe te schrijven, zoals de onwetendheid of de machteloosheid. Het is onmogelijk dat Allah een kleur heeft. Het is onmogelijk dat Hij een grootte heeft. Hij heeft geen grote en geen kleine omvang. Het is onmogelijk dat Hij een lichaam heeft. Het is onmogelijk dat Hij op een plaats of in een richting is. Dat allemaal is onmogelijk om aan Hem toe te schrijven. Al die eigenschappen zijn eigenschappen van de schepsels en niet van de Schepper. Allah is Degene Die op niets lijkt en is Degene Die bestaat zonder plaats. Dat wil zeggen dat Allah op niets en op niemand lijkt, op geen enkele manier of wijze.

Allah zei in de Koran, in Soerat Asj-Sjoerah (سورة الشورى) Ayah 11:

﴿ لَيْسَ كَمِثْلِهِ شَيْءٌ وَهُوَ السَّمِيعُ الْبَصِيرُ ﴾

Wat betekent: [Allah lijkt op niets van Zijn schepsels op geen enkele manier of wijze. En Hij is de Alhorende en de Alziende]Deze Ayah is de meest duidelijke Ayah die bewijst dat Allah op niets en niemand lijkt. In deze Ayah heeft Allah ons als eerste laten weten dat Hij op niets van Zijn schepsels lijkt, op geen enkele manier of wijze. Dan liet Hij ons weten dat Hij de Alhorende en de Alziende is. In het eerste deel van de Ayah heeft Allah ons laten weten dat Hij op niets en niemand lijkt op geen enkele manier of wijze. In het tweede deel van de Ayah werden twee Eigenschappen van Allah vermeld. Het eerste deel van de Ayah is vooraf gezegd om te voorkomen dat iemand God met de schepsels vergelijkt als hij het tweede deel van de Ayah hoort of leest. Zodat als iemand daarna "de Alhorende en de Alziende" leest, dat hij dan niet het Horen en het Zien van Allah met de schepsels vergelijkt. Allah lijkt op geen enkele manier op zijn schepsels. Het Horen en het Zien van Allah lijken niet op het Horen en het Zien van de mensen of van de andere schepsels. Allah lijkt nergens op.

Imam Dhun-Noun El-Mis-sriej (ذو النون المصري), die gestorven is in het jaar 245 H, heeft gezegd:

"مَهْمَا تَصَوَّرْتَ بِبَالِكَ فَاللَّهُ لا يُشْبِهُ ذَلِكَ"

Wat betekent: "Elk denkbeeld dat je kan bedenken, daar lijkt Allah absoluut niet op"Allah lijkt op geen enkel denkbeeld, Allah lijkt nergens op.

Allah bestaat zonder begin, maar al het verdere bestaan heeft wel een begin. Allah is Degene Die geen begin heeft. Al het verdere bestaan is van het niet-bestaan naar het bestaan gebracht. Dus al het verdere bestaan heeft wel een begin. Dus de hele wereld heeft wel een begin.

Allah is de Schepper en alles is geschapen, behalve Hij. Allah heeft alle schepsels geschapen. De wereld heeft een begin en is door Allah geschapen, in zijn soort en in zijn samenstelling. Degene die gelooft of zegt dat de wereld in zijn soort geen begin heeft, is geen Moslim.

Dus ieder schepsel dat bestaat, is door Allah geschapen. De vormen zijn door Allah geschapen. Een vorm is alles wat een formaat heeft. De daden zijn door Allah geschapen. De daden die uit vrije wil worden gedaan en die niet uit vrije wil worden gedaan, zijn door Allah geschapen. Alle vormen, van het stofdeeltje tot aan de Troon (El-^Arsj العرش), zijn door Allah geschapen. Een stofdeeltje is wat men ziet als de zon naar binnen door het raam schijnt of wat nog kleiner dan dat is. De Troon (El-^Arsj) is het allergrootste schepsel dat Allah geschapen heeft qua formaat.

Allah heeft alle daden van de schepsels geschapen. Zowel de uiterlijke daden als de innerlijke daden. De uiterlijke daden zijn alle bewegingen van de schepsels en de onbeweeglijkheid. De innerlijke daden zijn de intenties en de dwangmatige gedachten die de schepsels van Allah krijgen. De intenties is het meervoud van de intentie en het betekent het vaste voornemen om iets te doen. Dwangmatige gedachten zijn dwingende gedachten die iemand onverwachts en tegen zijn wil krijgt. Dat zijn allemaal schepsels die door Allah geschapen zijn. En niemand anders dan Hij heeft dat geschapen.

Niets en niemand anders dan Allah heeft de Kracht om te scheppen, dus de natuur niet en ook de oorzaken niet. Met de natuur worden de natuurlijke eigenschappen bedoeld. Bijvoorbeeld de natuurlijke eigenschap van het vuur is het branden. Allah heeft het vuur en het branden geschapen, dus het vuur heeft het branden niet geschapen. Allah heeft de oorzaken en de gevolgen geschapen. Bijvoorbeeld als iemand een ring om heeft en hij beweegt zijn vinger dan beweegt de ring ook mee. Dus het bewegen van de vinger is de oorzaak voor het bewegen van de ring. De oorzaak schept het gevolg niet, dus Allah heeft de oorzaken en de gevolgen geschapen.

Dingen komen tot bestaan door Allah’s eeuwige Wil, Macht en Zijn Lotsbestemming en in overeenstemming met Zijn Eeuwige Kennis, zoals Allah het in de Koran in Soerat El-Fur-qaan (سورة الفرقان) gezegd heeft:

﴿ وَخَلَقَ كُلَّ شَيْءٍ ﴾

Wat betekent: [Allah heeft alles geschapen]. Dat wil zeggen dat Allah alles van het niet-bestaan naar het bestaan heeft gebracht. Dus het scheppen met deze betekenis, iets van het niet-bestaan naar het bestaan brengen, geldt alleen voor Allah en voor niemand anders dan Hij. Allah zei in de Koran in Soerat Faattir (سورة فاطر):

﴿ هَلْ مِنْ خَالِقٍ غَيْرُ اللَّهِ ﴾

Wat betekent: [Er is geen andere Schepper dan Allah]. Degene die zegt dat de mens zijn vrijwillige daden zelf schept, is geen Moslim. Als iemand gelooft of zegt dat de mens de gevolgen schept, in de zin van uit het niet-bestaan naar het bestaan heeft gebracht, dan is hij geen Moslim. Imam Aboe Hafs ^Omar bnoe Ahmad En-Nassafiej (461-537 na Hidjrah) (أبو حفص عمر بن احمد النسفي), moge Allah hem genade schenken, zei in zijn boek El-^Aqiedah En-Nassafiej-jah (العقيدة النسفية):

"فَإِذَا ضَرَبَ إِنْسَانٌ زُجَاجًا بِحَجَرٍ فَكَسَرَهُ فَالضَّرْبُ وَالْكَسْرُ وَالاِنْكِسَارُ بِخَلْقِ اللَّهِ تَعَالَى"

Wat betekent: "Als een persoon met een steen tegen een glas slaat en het breekt, dan zijn de slag, het feit van het breken en de staat van gebroken zijn, geschapen door Allah"De slag is de daad die de persoon met de steen heeft gedaan. Er kan door deze daad een gebroken glas ontstaan of niet ontstaan. Het breken van het glas is ontstaan door de daad van de persoon, dus het slaan van de steen tegen het glas. De staat van het gebroken zijn, is het glas dat gebroken is. Dat alles heeft Allah geschapen en niemand anders dan Hij. Dus de persoon heeft slechts de verkrijging van de daad, maar het scheppen ervan geldt alleen voor Allah.

Allah zei in de Koran in Soerat El-Baqarah (سورة البقرة) Ayah 286:

﴿ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا اكْتَسَبَتْ ﴾

Deze Ayah betekent dat de persoon beloond zal worden voor de goede daden die hij heeft gedaan. Dat wil zeggen dat het voordelig voor hem zal zijn. En de persoon zal de verantwoordelijkheid moeten dragen voor de zonden die hij heeft begaan. Dat wil zeggen dat het schadelijk voor hem zal zijn. Dus het verrichten van de daad wordt aan de persoon toegeschreven en niet het scheppen ervan. En hij zal verantwoordelijk worden gesteld voor de daden die hij heeft gedaan.

Men moet weten dat de Spraak van Allah één van de Eigenschappen van Allah is. Het is één van de Eigenschappen van Allah die voor Hem bevestigd is. De Spraak van Allah heeft geen begin en geen einde, zoals al Zijn Eigenschappen dat niet hebben. De Eigenschappen van Het Leven, De Kennis, De Macht, Het Horen en Het Zien. Alle Eigenschappen van Allah hebben geen begin en zijn Eeuwig. Want Allah Zelf heeft geen begin, dus Zijn Eigenschappen hebben ook geen begin. Het is onmogelijk dat de Eigenschappen van Degene Die geen begin heeft wel een begin zouden hebben. Hieruit weet men dat de Spraak van Allah niet geschapen is. En Het is geen letter, geen klank, geen taal en Het heeft geen begin en Het eindigt niet. Maar wat betreft de Koran die geopenbaard is, dat zijn de woorden die verwijzen naar de Spraak van Allah die geen begin heeft. En daarom wordt het dit Woord van Allah genoemd.

Imam Aboe Haniefah (أبو حنيفة) is een erkende geleerde Moslim. Hij is gestorven in 150 H. Hij zei in zijn boek El-Fiqhul-Absat (الفقه الابسط):

قال الإمام أبو حنيفة رضي الله عنه في كتابه الفقه الأبسط (توفي سنة مائة وخمسين): " ويتكلم لا ككلامنا، نحن نتكلم بالآلات من المخارج والحروف والله متكلم بلا ءالة ولا حرف".

Wat betekent: [De Spraak van Allah is niet zoals onze woorden. Wij praten door middel van hulpmiddelen voor de uitspraak en letters. En de Spraak van Allah is zonder hulpmiddel en zonder letter].

Wij zeggen dat de Koran die wij lezen het Woord van Allah is. Het wil niet zeggen dat de letters die wij lezen zelf de Spraak van Allah zijn. Nee, deze letters verwijzen naar de Eeuwige en Oneindige Spraak van Allah, die niet op ons lijkt. Daardoor wordt de Koran het Woord van Allah genoemd.

Het is onmogelijk dat Zijn Spraak een begin heeft net zoals al Zijn Eigenschappen, want het is onmogelijk dat Hij imperfect is. Hij is niet zoals de schepsels. Hijzelf, Zijn Eigenschappen en Zijn Daden zijn niet zoals die van de schepsels. Dus Hijzelf lijkt niet op de schepsels. Zijn Eigenschappen lijken niet op de eigenschappen van de schepsels. En Zijn Daden lijken niet op de daden van de schepsels.

Soebhanahoe wa Ta^alaa (سبحانه وتعالى) is absoluut niet zoals wat de onrechtvaardigen over Hem zeggen. Hij is Geheiligd en Onvergelijkbaar met de schepsels. Degenen die God vergelijken met de schepsels zijn onrechtvaardig en geen Moslims. Hij is vrij van alle eigenschappen die de schepsels hebben.

Om samen te vatten wat hiervoor is genoemd, het is bevestigd dat Allah Ta^alaa (الله تعالى) dertien Eigenschappen heeft, die herhaaldelijk worden genoemd in de Koran en in de Profetische Overleveringen (Ahadieth احاديث). Soms worden zij letterlijk genoemd en soms wordt hun betekenis gegeven. De Profeet Moehammed moedigde ten zeerste aan dat iedere persoon hier over leert. Omdat deze Eigenschappen veelvuldig herhaald zijn in de Koran en in de Profetische overleveringen (Ahadieth), hebben de geleerden gezegd dat het een persoonlijke verplichting (fard ^ayn فرض عين) is om ze te kennen. Een persoonlijke verplichting (fard ^ayn) betekent dat iedere verantwoordelijke persoon verplicht is om dat te leren.

Deze Eigenschappen zijn:

Het Bestaan (El-Woedjoed الوجود)dat wil zeggen dat Allah bestaat en er is geen twijfel over Zijn Bestaan.

De Eenheid (El-Wahdanieyyah الوحدانيَّةُ)dat wil zeggen dat Allah de Enige God is, er is geen andere God dan Hij. Allah heeft geen partner in de Goddelijkheid.

De Eeuwigheid (El-Qidam, El-‘Azalieyyah القِدَمُ، الأزليّة)dat wil zeggen dat het Bestaan van Allah geen begin heeft.

De Oneindigheid (El-Baqaa’ البقاءُ)dat wil zeggen dat het onmogelijk is dat Zijn Bestaan een eind heeft. Allah sterft niet en verandert ook niet.

Het niet nodig hebben van anderen (El-Qiejamoe bin-Nefs القيام بالنفس)dat wil zeggen dat Allah niets en niemand nodig heeft, maar alle anderen hebben Hem wel nodig.

De Macht (El-Qoedrah القدرةُ)dat wil zeggen dat Allah de Macht heeft over alles. Allah heeft de Macht over alles wat volgens het verstand wel of niet mogelijk is om te bestaan.

De Wil (El-‘Iradèh الإرادةُ)de Wil is een Eigenschap van Allah waarmee Hij bepaalde wezens die intellectueel mogelijk zijn om te bestaan, specificeert met een bepaalde eigenschap die bij hen hoort. Een voorbeeld hiervan is dat een dat een rode bloem gespecificeerd is met een rode kleur, en niet met een andere kleur.

De Kennis (El-^Ilm العلمُ)dat wil zeggen dat Allah alles weet door Zijn Eeuwige Kennis, die geen begin heeft. Allah kent met Zijn Eeuwige Kennis Zichzelf en Zijn Eigenschappen en wat Hij schept. Zijn Eeuwige Kennis is alomvattend voor alles en alle informatie. Zijn Kennis verandert niet, word niet vernieuwd en het wordt ook niet meer of minder.

Het Horen (Es-Sem^ السـمْـعُ)het Horen is een Eeuwige Eigenschap van Allah. Het Horen van Allah lijkt niet op het gehoor van de schepsels. Het Horen van Allah is Eeuwig en het heeft geen begin. Het gehoor van de schepsels heeft wel een begin en is geschapen. Allah hoort alle geluiden zonder oor of ander hulpmiddel. Allah heeft geen oor of ander hulpmiddel nodig.

Het Zien (El-Ba-sar البصرُ)het Zien is een Eeuwige Eigenschap van Allah. Het Zien van Allah lijkt niet op het zien van de anderen. Het Zien van Allah is Eeuwig en het heeft geen begin. Het zien van de schepsels heeft wel een begin en is geschapen. Allah ziet alles zonder oog of ander hulpmiddel. Hij ziet alle schepsels zonder oog of ander hulpmiddel. Hij heeft geen oog of ander hulpmiddel nodig. Allah lijkt niet op de schepsels.

Het Leven (El-Hayaat الحياةُ)Allah is de Levende, Zijn Leven is Eeuwig en Oneindig. Zijn Leven heeft geen begin en geen einde. Zijn Leven lijkt niet op ons leven. Zijn Leven is zonder ziel, zonder vlees, zonder bloed, zonder zenuwen en zonder hersenen.

De Spraak (El-Kalaam الكلامُ)Allah is Degene Die op niets lijkt, Zijn Spraak heeft geen begin en geen einde. Zijn Spraak is geen letter, geen geluid, geen klank en geen taal.

Het niet lijken op de schepping (El-Moegalefetoe lil-hawadith المخالفةُ للحوادثِ)dat wil zeggen dat Allah niet lijkt op de schepsels, op geen enkele van de schepsels. Allah lijkt nergens op.

Aangezien deze dertien Eigenschappen veelvuldig herhaald zijn in de Koran en in de Profetische overleveringen (Ahadieth), hebben de geleerden gezegd dat het een persoonlijke verplichting (fard ^ayn) is voor iedere verantwoordelijk persoon om ze te kennen. Het is bevestigd in de Koran en in de Profetische overleveringen (Ahadieth) en in de uitspraken van de erkende geleerde Moslims dat Allah geen begin heeft. Volgens het gezonde verstand is het ook logisch dat Allah geen begin heeft. De geleerden hebben ook gezegd dat aangezien het Bestaan van Allah zonder begin is, al Zijn Eigenschappen ook zonder begin zijn. Want een geschapen eigenschap vereist dat degene die deze eigenschap heeft, zelf ook geschapen is. Een geschapen iemand wordt ontwikkeld en blijft steeds in verandering in verschillende situaties. Degene die steeds verandert, heeft iemand nodig die hem steeds verandert. Degene die iemand of iets nodig heeft, kan geen Eeuwige God zijn, maar het is een schepsel dat geschapen is. Omdat het volgens het gezonde verstand met zekerheid bevestigd wordt dat Allah geen begin heeft, is het zeker bevestigd dat Zijn Eigenschappen ook geen begin hebben.

De betekenis van ‘eshhedoe ‘anna Moehammedar-rasoeloellah (أشهد أن محمدا رسول الله) ’ is; ik getuig dat Moehammed Zijn Boodschapper is. Ik weet, ik geloof en ik verklaar dat Moehammed, de dienaar en de Boodschapper van Allah is.

Ik weet en ik geloof in mijn hart en ik verklaar met mijn mond dat de Profeet Moehammed, de dienaar en de Boodschapper van Allah is. Het weten of het kennen zonder erin te geloven, is niet voldoende. Het kan zijn dat iemand weet dat de Profeet Moehammed wel een Profeet is, maar dat hij er niet in gelooft. Je moet het weten en tegelijkertijd geloven. De joden wisten dat de Profeet Moehammed een Boodschapper was, maar ze geloofden niet in hem. Allah zei in de Koran wat betekent: ze kenden hem zoals ze hun kinderen kennen. Ze kenden hem, maar ze geloofden niet in hem. Dat wil zeggen dat het weten en het kennen van de Profeet zonder in hem te geloven niet voldoende is. Men moet erin geloven en dit accepteren. Als men zegt: Ik getuig dat Moehammed Zijn Boodschapper is, dan zegt men: ik weet, ik geloof met mijn hart en ik verklaar met mijn mond dat de Profeet Moehammed de Boodschapper van God is.

Hij is gestuurd voor de hele schepping, dit betekent dat de Profeet gestuurd is voor de mensen en de djinn (الجن). Met het woord schepping worden hier de mensen en de djinn bedoeld. Allah heeft de djinn van vuur geschapen. Er zijn Moslim djinn en niet-Moslim djinn. De djinn kunnen zich vervormen. Als de djinn zijn eigen vorm heeft, kunnen de mensen hem niet zien. Als hij zich vervormd heeft, kunnen sommige mensen hem wel zien.

De Profeet Moehammed (محمَّد) is de zoon van ^Abdoellah (عبد الله), die de zoon is van ^Abdoel-Moettalib (عبد المطلب), die de zoon is van Haasjim (هاشم), die de zoon is van ^Abdoe Manaf (عبد مناف), van de stam Qoereisj (قريش), de dienaar en Boodschapper van Allah. Qoereisj is de Arabische stam met het meeste aanzien. Dit is de familiestam van de Profeet.

Er waren Profeten voor hem gestuurd. Iedere Profeet was naar zijn eigen volk gestuurd met de openbaring. De Engel Djibriel (جبريل) kwam naar de Profeet en vertelde hem voor welk volk hij gestuurd was. Dat wil niet zeggen dat hij niet tegen een ander volk mocht zeggen wat verplicht en wat verboden is. Hij mocht dit wel doen.

Allah zei in de Koran, in Soerat El-Fur-qaan (سورة الفرقان) Ayah 1:

﴿ لِيَكُونَ لِلْعَالَمِينَ نَذِيرًا ﴾

Wat betekent: [De Profeet is gestuurd om de hele schepping te waarschuwen]De Profeet waarschuwt degenen die zich niet aan de regels van de Islam houden, dat er een bestraffing voor is. Met het woord waarschuwen, wordt niet bedoeld dat het ook een waarschuwing voor de Engelen is. De Engelen zijn altijd gehoorzaam aan Allah. Zij kiezen er voor om gehoorzaam aan Allah te zijn. Als men iemand anders waarschuwt, dan waarschuwt men hem voor iets wat verkeerd is. De Engelen hebben geen waarschuwing nodig omdat ze geen zonden begaan en aan Allah gehoorzaam zijn. Dus in deze Ayah (ءاية) zijn de mensen en de djinn bedoeld, maar niet de Engelen. De Engelen kiezen er altijd voor om gehoorzaam aan Allah te zijn. Dat wil niet zeggen dat zij geen keuzes kunnen maken. Ze kunnen wel kiezen, maar zij kiezen ervoor om gehoorzaam aan God te zijn.

De geloofsovertuiging van de tweede Geloofsgetuigenis is om te geloven dat de Profeet Moehammed de Boodschapper van God is. Hierna volgen een aantal onderwerpen. Degene die in de Profeet Moehammed als Boodschapper gelooft, gelooft ook in alles wat hij verteld heeft. Hij gelooft ook dat het waar is. Hij ontkent niets van wat de Profeet verteld heeft. Hij gelooft ook dat de Profeet niet liegt en altijd de waarheid zegt.

Er zijn bekende onderwerpen waarover de Profeet verteld heeft. Deze onderwerpen zijn bekend bij zowel de geleerde Moslims als de gewone Moslims. Zelfs de mensen die niet veel van het geloof geleerd hebben, kennen deze ook. Het is verplicht om in deze onderwerpen te geloven. Het geloven in deze onderwerpen is een gevolg van het geloven in de tweede Geloofsgetuigenis. Degene die gelooft dat de Profeet een Boodschapper van God is, gelooft in alles wat de Profeet gezegd heeft. Als iemand zegt ik geloof in de Profeet maar ik geloof niet in alles wat hij verteld heeft, dan is hij geen Moslim. Zolang hij een onderwerp ontkent waarover de Profeet verteld heeft, is hij geen Moslim. Zelfs als hij 50 keer de Geloofsgetuigenis zegt. Als hij weet dat de Profeet iets verteld heeft en hij ontkent het, dan is hij geen Moslim.

Wij geloven in alles wat de Profeet Moehammed, ﷺ moge Allah zijn status verhogen, gezegd heeft. Wij accepteren het ook volledig en wij volgen hem hierin. Als mensen dat accepteren, zal dat goed voor ze zijn. Als men dit niet accepteert, dan is dat hun verantwoordelijkheid. Wij blijven de Profeet volgen in alles wat hij gezegd heeft. Wij blijven ons hieraan houden en we verlaten dit nooit.

De Islam is het ware geloof. De Koran wijst ons naar de goede en de juiste manieren. Als wij ons aan de regels van de Islam houden, zijn wij gelukkig. In deze tijd houden veel mensen zich niet aan de regels van de Islam. Daardoor ontstaan er tussen de mensen vaak problemen. Je ziet hier veel voorbeelden van in het dagelijks leven. Er ontstaan vaak slechte verhoudingen. Hoe komt dat? Dat komt doordat er veel onwetendheid is over de Islam. Veel mensen weten weinig van de regels van de Islam. Veel mensen noemen zich Moslims, maar ze hebben de regels van de Islam niet geleerd. Er zijn ook mensen die de regels wel geleerd hebben, maar zij houden zich er niet aan. Als iemand de regels van de Islam niet leert, kan hij de verplichtingen niet juist verrichten. Hoe kan men iets doen als hij niet leert hoe iets uitgevoerd moet worden? Als bijvoorbeeld iemand niet leert hoe hij moet bidden, kan hij het gebed niet juist verrichten. De oplossing is dat de mensen de regels van de Islam leren. De Islam leren is heel belangrijk.

Uit de tweede Geloofsgetuigenis vloeien veel onderwerpen voort waarin men moet geloven. Deze zullen hieronder kort uitgelegd worden.

Het is verplicht om te weten dat Profeet Moehammed geboren is in Mekka (Makkah مكة), waar hij de missie van Profeetschap heeft ontvangen. De Profeet bleef 13 jaar in Mekka om de mensen op te roepen tot de Islam. Daarna is hij naar Medina (مدينة) geëmigreerd, waar hij na zijn dood ook begraven is.

Dit houdt ook in dat alles waar is wat hij heeft verkondigd wat als openbaring van Allah kwam en wat hij heeft verteld over Allah. Dit is wat wij eerder hebben besproken. Degene die in de Profeet gelooft, gelooft ook dat dit allemaal waar is. De Profeet maakt geen fouten in wat hij vertelt heeft over de geloofsleer. Hij maakt hierin nooit fouten.

Allah zei in de Koran, in Soerat El-Hasjir (سورة الحشر) Ayah 7:

﴿ وَمَا آتَاكُمُ الرَّسُولُ فَخُذُوهُ وَمَا نَهَاكُمْ عَنْهُ فَانْتَهُوا ﴾

In deze Ayah heeft Allah ons bevolen om de Profeet Moehammed te volgen in alles wat hij ons bevolen heeft. En om alles te doen wat hij ons heeft bevolen en om alles te vermijden wat hij ons heeft bevolen om te vermijden. Omdat alles waar is wat de Profeet Moehammed van de openbaringen verkondigd heeft en wat hij over Allah verteld heeft.

Tot de onderwerpen waarover de Profeet verteld heeft, behoort ook de bestraffing in het graf.

De ongelovigen zullen bijvoorbeeld in het graf hun plaats in de hel twee keer per dag zien. Ze zien hun plaats in de hel waar zij gemarteld zullen worden. De eerste keer aan het begin van de dag en de tweede keer aan het eind van de dag. De bestraffing in het graf is niet alleen geestelijk maar ook lichamelijk. Degenen die in het graf gemarteld worden, worden ook lichamelijk gemarteld. De Profeet heeft ons verteld over de bestraffing in het graf, en wij zijn daarom verplicht om daar in te geloven. In de Koran is de bestraffing in het graf ook benoemd. Als iemand de bestraffing in het graf ontkent, dan is hij geen Moslim. Omdat hij iets ontkent wat in de Koran staat en omdat hij ontkent wat de Profeet gezegd heeft.

De ongelovigen worden met een ijzeren hamer tussen hun oren geslagen. Moenkar en Nakier (مُنكر ونَكير) zijn twee Engelen en zij komen de doden in het graf ondervragen. Zij vragen onder andere aan hen: wat heb jij gezegd over de Profeet Moehammed? Van degene die Moslim is, wordt het hart versterkt door Allah. Dan zegt hij: ik zei dat hij de Boodschapper en de Profeet van God is. Hij zegt ook: ik getuig dat er geen andere God is dan Allah en ik getuig dat Moehammed Zijn Boodschapper is. Dan zeggen de Engelen tegen hem: wij wisten dat je dit ging zeggen. Daarna krijgt hij de beloning in het graf. Zijn graf wordt groter en breder gemaakt. Als ze de ongelovige ondervragen, antwoordt hij: ik weet het niet, ik heb gezegd wat ik van anderen hoorde. Dan wordt hij met een ijzeren hamer tussen zijn oren geslagen. Door de pijn die hij voelt, gaat hij heel hard schreeuwen. Iedereen die om zijn graf heen staat, kan hem horen behalve de mensen en de djinn. De dieren kunnen hem wel horen.

De bestraffing in het graf is niet alleen voor de ongelovigen. Sommige Moslims die zonden hebben begaan, krijgen ook bestraffing in het graf. Ook al is hun bestraffing minder zwaar dan de bestraffing van de ongelovige, blijft dit zwaar voor ze. Niet alle Moslims die zonden hebben begaan, krijgen een bestraffing in het graf. Sommigen krijgen wel bestraffing in het graf en anderen niet. God vergeeft sommigen van hen voor de zonden die zij hebben begaan. Sommige Moslims die zijn doodgegaan zonder berouw te hebben, krijgen een bestraffing in het graf. Hun graf wordt bijvoorbeeld smaller gemaakt.

Wij zijn verplicht om in de beloning in het graf te geloven. Het graf wordt breder en groter gemaakt. De beloning in het graf is bedoeld voor de Moslims die zich aan alle regels van de Islam hebben gehouden. En ook voor diegenen die zonden begingen, kan er beloning zijn mits Allah dat gewild heeft. Hieronder vallen de Moslims die zonden hebben begaan en die zijn doodgegaan zonder berouw te hebben.

Het is verplicht om te geloven in de ondervraging door de twee Engelen. Deze ondervraging vindt plaats bij de Moslim en de niet-Moslim, de Profeten worden echter niet ondervraagd.

Het is verplicht om te geloven in de Opstanding (El-Ba^th البعث). De Opstanding is dat de doden uit hun graven komen. Ze komen uit het graf nadat hun lichaam herschapen wordt. Bij sommige doden wordt hun lichaam door wormen gegeten, nadat ze begraven zijn. Dit gebeurt niet bij alle doden, en het gebeurt zeker niet bij de Profeten.

Het is verplicht om te geloven in de Verzameling (El-Hasjr الحشر). Nadat de mensen uit hun graf komen, volgt de Verzameling. Degenen die uit het graf komen, worden allemaal op één plaats verzameld.

Het is verplicht om te geloven in de Dag des Oordeels (Jauwm El-Qiejameh يوم القيامة). De Dag des Oordeels begint vanaf de Opstanding en eindigt als de Moslims naar het paradijs gaan en degenen die ongelovig zijn naar de hel gaan.

Het is verplicht om te geloven in het Blootstellen van de daden (El-Hisaab الحساب). Het Blootstellen van de daden is dat iedereen te zien krijgt wat hij gedaan heeft in zijn leven. Het Blootstellen van de daden is op zich geen marteling.

Het is verplicht om te geloven in de Beloning (Eth-Thauwaab الثواب). De Beloning krijgt de Moslim die goede daden heeft verricht. Deze Beloning maakt hem blij.

Het is verplicht om te geloven in de Bestraffing (El-^Adhab العذاب). Als een persoon zijn Bestraffing ziet, dan voelt hij zich erg slecht. Zoals het naar de hel gaan en wat daartoe behoort.

Het is verplicht om te geloven in de Weegschaal (El-Miezaan الميزان). Op de weegschaal worden de daden van de mensen gewogen.

Het is verplicht om te geloven in de Hel (En-Naar النار) en dat deze nu al bestaat. In de hel is het meest sterke vuur dat God ooit heeft geschapen. De hel bevindt zich onder de zevende aarde en het zal voor eeuwig bestaan.

Het is verplicht om te geloven in de Brug (Es-Siraat الصراط). Deze brug wordt boven de hel geplaatst. Alle mensen moeten er overheen lopen. Het ene uiteinde van de brug is verbonden met de veranderde aarde en het andere uiteinde van de brug is verbonden met de weg naar het Paradijs. De mensen lopen allemaal over de brug. Sommige Moslims raken de brug niet eens aan, maar ze vliegen over de brug. Sommigen van hen lopen wel op de brug. Sommigen van hen vallen in de hel en sommigen vallen er niet in. Degenen die niet-moslims zijn, vallen allemaal gelijk in de hel.

Het is verplicht om te geloven in het Bassin (El-Hauwd الحوض). Het Bassin is een plaats waarin God een drank geschapen heeft. Deze drank is gereserveerd voor degenen die naar het Paradijs gaan. Als ze er van drinken, krijgen ze nooit meer dorst. Iedere Profeet heeft een Bassin, en zijn volk drinkt er van. Het grootste Bassin is dat van onze Profeet Moehammed. Daarop staan glazen, het aantal hiervan is net zo veel als de sterren in de hemel.

Het is verplicht om te geloven in de Bemiddeling (Esj-Sjafa^ah الشفاعة). De Bemiddeling betekent dat de Profeet vergeving vraagt voor de Moslims die grote zonden hebben begaan. De bemiddeling is niet voor degenen die geen Moslims zijn.

Het is verplicht om te geloven in het Paradijs (El-Djannah الجنة) en dat het nu al geschapen is. Het is de plaats van het genot. Het Paradijs blijft voor eeuwig bestaan. Alle gelovige Moslims in het Paradijs hebben dezelfde leeftijd, hun leeftijd is 33 jaar. Ze zijn allemaal mooi qua uiterlijk. Degene die naar het Paradijs gaat, sterft niet, wordt niet ziek, wordt niet verdrietig, wordt geen bejaarde en wordt niet moe.

Het is verplicht om te geloven dat de Moslims in het Hiernamaals Allah zullen zien met hun ogen. Dit zien zal gebeuren zonder dat Allah op een plaats of in een richting gezien wordt, en het is niet vergelijkbaar met de manier waarop de schepsels gezien worden.

Het is verplicht om te geloven in de oneindigheid van het verblijf in de Hel voor de ongelovigen en voor de Moslims in het Paradijs.

Het is verplicht om te geloven in de Engelen van Allah. De Engelen zijn schepsels die van licht zijn geschapen. Ze zijn geen mannen en geen vrouwen. Ze eten niet, ze drinken niet en ze slapen niet. Ze volgen alle bevelen van Allah op, ze zijn gehoorzaam aan Allah. Alle Engelen zijn gelovige Moslims en geloven in Allah. Alle Engelen houden zich aan de regels van de Islam. Ze verrichten alle verplichtingen van de Islam en begaan geen zonden. De woonplaats van de Engelen is de Hemel.

Het is verplicht om te geloven in de Boodschappers. De Profeten zijn de allerbeste schepsels die Allah heeft geschapen. Allah heeft hen gestuurd om de mensen te leren over de belangen van de godsdienst en de belangen van het leven. De Profeten hebben de beste manieren en eigenschappen. De eerste Profeet was Adam (ءادم) en de laatste Profeet was Moehammed (محمَّد), moge Allah de status en de eer van hen allemaal verhogen.

Het is verplicht om te geloven in de Boeken van Allah. Deze Hemelse Boeken zijn geopenbaard aan de Boodschappers, en hun aantal is 104. De bekendste 4 Boeken zijn; de Torah (التوراة) van Profeet Mozes (موسى), de Bijbel (الإنجيل) van Profeet Jezus (عيسى), Az-Zaboer (الزبور) van Profeet David (داود) en de Koran (القرآن) van Profeet Moehammed (محمَّد). Alle Hemelse Boeken zijn naar de Hemel gebracht, behalve de Koran. De Koran is het laatste Boek van de hemelse boeken. De Torah, de Bijbel en Az-Zaboer die nu bestaan, zijn niet de originele Boeken, deze zijn allen vervalst.

Het is verplicht om te geloven in het Lot, of het nu goed of slecht is. Dat wil zeggen dat iedereen moet geloven dat alles wat gebeurt, plaatsvindt door de Wil van God. Dit geldt voor zowel de goede als de slechte dingen.

En het is verplicht om te geloven dat Moehammed, ﷺ moge Allah zijn status en eer verhogen, de laatste van de Profeten en de meester van alle zonen van Adam is.

Wij verzoeken Allah bij de eer van onze Profeet om ons de kracht te geven om alle verplichtingen te vervullen en de zonden te vermijden. Wij verzoeken Allah om ons te belonen voor de goede daden die we hebben verricht. Wij verzoeken Allah om ons elkaar in het Paradijs te laten ontmoeten.